maandag 23 maart 2009

Herdenkingsdienst Na'il 15 maart 2009 ~ deel 2

Na een kort bezoekje aan Na'il's klas liepen we naar de lerarenkamer die al vol zat met stafleden en een paar oudere leerlingen.

Noah, het hoofd van de Ilanot school begon met het lezen van een stukje uit het boek van De Kleine Prins - door Antoine de Saint-Exupéry
(Nederlandse vertaling van Claire van den Abbeele).

'Ik ga vandaag ook naar huis...' En toen, wat bedroefd: 'Dat is veel verder en moeilijker...'
Ik voelde wel dat er iets wonderlijks aan het gebeuren was. Ik sloot hem vast in mijn armen als een klein kindje en toch was het alsof hij loodrecht weggleed in een afgrond zonder dat ik er iets aan kon doen...
Zijn blik was ernstig, op de verte gericht: 'Dus ik heb je schaap en de kist voor het schaap - en ik heb je muilkorf...' En hij glimlachte verdrietig.
Ik wachtte lang. Ik voelde dat hij langzamerhand warm werd: Arm klein kereltje, je bent geschrokken... ja, hij was zeker geschrokken!
Maar hij lachte zachtjes. 'Vanavond krijg ik een nog veel ergere schrik...'
En weer bekroop mij het gevoel van iets onafwendbaars. Ik begreep dat ik de gedachte niet kon verdragen die lach nooit meer te zullen horen. Die lach was voor mij als een bron in de woestijn.
‘Klein kereltje, ik wil je nog eens horen lachen...’
Maar hij zei: 'Vannacht is het een jaar geleden. Dan staat mijn ster precies boven de plek waar ik verleden jaar gevallen ben.'
'Kereltje', zei ik, 'is het niet alles een boze droom, je afspraak met de slang en die ster...'
Maar hij beantwoordde mijn vraag niet en zei: 'Het belangrijkste kun je niet zien... ja zo is het... - Net als met de bloem. Als je van een bloem houdt die op een ster woont, dan is het heerlijk om 's nachts naar de hemel te kijken - dan zijn alle sterren met bloemen versierd.
- Ja zeker... - Net als met het water. Het water waar je mij van liet drinken was als muziek - dat kwam van de katrol en het touw... weet je nog wel... hoe lekker het was. - Ja zeker... - Je moet 's nachts naar de sterren kijken. De mijne is te klein om je te wijzen waar ze is. Dat is ook beter zo. Voor jou is dan mijn ster één van de vele sterren. Je zult het prettig vinden alle sterren te bekijken... Alle sterren zullen je vrienden zijn... En ik zal je ook nog iets geven. Hij lachte weer.
- Och kereltje, kereltje wat hoor ik je graag lachen!
- Dat is juist mijn cadeau... net als het water...
‘Wat bedoel je?’
- Voor mensen hebben de sterren een verschillende betekenis. Voor sommige mensen die veel reizen dienen de sterren als gids. Voor anderen zijn het alleen maar lichtjes. Weer anderen, de geleerden, zien er grote vraagstukken in. Voor die zakenman die ik ken waren ze van goud. Maar al die sterren zwijgen. Jij zult sterren hebben zoals niemand anders heeft...
'Wat bedoel je toch?'
'Als jij 's nachts naar de hemel kijkt zal het zijn alsof alle sterren lachen omdat ik een ster bewoon en omdat ik lach!' En weer lachte hij. 'En als je eenmaal getroost bent (de mensen troosten zich altijd) dan zul je heel blij zijn, dat je me gekend hebt. Je zult altijd mijn vriend zijn en je zult met me mee willen lachen. En dan zul je van tijd tot tijd voor je plezier het raam open doen... En je vrienden zullen heel verbaasd zijn je te zien lachen, als je naar de hemel kijkt. Dan zeg je tegen ze: 'Ja, om de sterren moet ik altijd lachen!' En ze zullen denken, dat je gek bent - dan ben je er door mij lelijk ingelopen... '
En weer lachte hij. 'Het zal net zijn of ik je in plaats van sterren een massa rinkelbelletjes heb gegeven...' Hij lachte nog eens maar werd toen ernstig: 'Vannacht... weet je... moet je maar niet komen.'
...
Noah, die regelmatig had moeten stoppen omdat ze te geemotioneerd was om verder te gaan, eindigde haar toespraak met:

“Ook jij Na’il, op je eigen manier, was een kleine prins.
Je hebt ons zoveel geleerd in de korte tijd dat je bij ons was. Je leerde ons veel van je te houden, je leerde ons zoveel over iets te willen, en grote vreugde! Je leerde ons blijdschap en in de kleinste dingen iets te vinden, iets dat wij, als grote mensen ons niet altijd herinneren en doen. Jij vond manieren om ons te precies te vertellen wat je wilde, en ging net zolang door totdat wij begrepen wat dat was. En dan was er niets mooiers dan jouw triomfantelijke lach te zien!
Jij leerde ons, Na’il, dat in dat kleine lijfje van jou een kleine prins woonde met een groot hart, met heel veel blijdschap en levenshonger!

In de 1 ½ jaar dat je bij ons was zagen we je groeien en je ontwikkelen, zagen we hoe je nieuwe dingen leerde en deed. Je leerde anderen kennen, leerde niet alleen van hen te houden maar ook de staf te gehoorzamen, mensen die met heel veel liefde met je werkten. Jij had een bijzondere band met Ronit, Sylvia en in het bijzonder met Lena, die zoveel van je hield! En je bleef de nieuwsgierige en ontdeugende Na’il die alles om hem heen wilden onderzoeken.
Je voegde leven en kleur aan de school toe.
Opnieuw leerden we Wim en Petra beter kennen, hun grote hart en liefde gaven jou heel veel goede en blijde jaren en liefde zonder ophouden. Ze gaven je het best mogelijke leven.

En nu moeten we dat allemaal missen...
Alweer een maand lang, Na’il, is er niemand die door de schoolgangen raced in jouw kleine gele stoeltje. Alweer een maand dat er niemand in je groene lig-zak ligt. Alweer een maand dat we je glorieuze lach niet zagen. Een maand dat we je nieuwsgierigheid, je ontdeugd en je levensvreugde missen.

En soms, Na’il, ’s nachts, als ik aan jou denk en naar de sterren kijk, dan glimlach ik, omdat ik weet dat jij daarboven zit op je eigen kleine ster. Die je al hebt kunnen onderzoeken en leren kennen. En ik ben er zeker van dat die ster al vol zit met kapot gemaakte paraplu’s en rubber, waar je aan gekloven hebt, en heel veel schommels daar op je wachten. Of een gigantisch pretpark, waar je de hele dag kunt doen wat je fijn vind. Je hebt het daar goed, je bent blij en daar lach je de hele tijd.
En alsjeblieft, stuur ons je glorieuze glimlach, zodat we niet zo vreselijk verdrietig hoeven zijn...
Want dan, Na’il, zal ik me niet zo verdrietig voelen. Net zoals de kleine prins zei:

“....'Als jij 's nachts naar de hemel kijkt zal het zijn alsof alle sterren lachen omdat ik een ster bewoon en omdat ik lach!... En dan zul je met plezier het raam open doen... En je vrienden zullen heel verbaasd zijn je te zien lachen, als je naar de hemel kijkt. Dan zeg je tegen ze: 'Ja, die sterren maken me altijd aan het lachen!...

Ik hou van je, Na’il, en mis je, mijn kleine prins!
Noah."

Er waren niet veel droge ogen na deze ontroerende uiting van liefde voor onze kleine jongen!

Achtergrond informatie over het boekje “ De Kleine Prins” is te vinden op het blog: Ditjes en Datjes.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.