woensdag 11 februari 2009

Verdriet om een Verlies...

Onze 14 jarige pleegzoon Na’il had de griep, maar toen ik hem om 15.30 uur meenam voor een bezoek aan de kinderarts, die dinsdag 3 Februari, kon ze niets bijzonders vinden. Zorgen dat de temperatuur niet te hoog opliep, was het enigste wat ik doen kon.
Rond 21.00 uur merkte ik dat zijn ademhaling moeizaam ging, en zijn buik enorm dik was en zo hard als een steen. Er was iets goed mis met hem.
Tijdens de rit naar het ziekenhuis ging Na'il regelmatig rechtop zitten in de wandelwagen, en realiseerde zich wel dat we naar zijn favoriete plek (het Hadassah ziekenhuis in Ein Kerem) gingen, maar had al zijn aandacht nodig om adem te halen. Nadat Wim ons bij het ziekenhuis had afgezet, reed hij weer terug naar huis, omdat Nadia niet alleen gelaten kon worden.
Op de Eerste Hulp afdeling werden we meteen naar de Intensive Care hoek geloodst, waar Na’ils gezondheid hollende achteruit ging. Ik stapte een levende nachtmerrie binnen.
Terwijl de zuster een neussonde probeerde in te brengen, hield hij op met ademhalen. De narcotiseur wist hem met veel moeite te intuberen en hem aan de beademingsmachine aan te sluiten, terwijl twee artsen en verschillende verpleegsters zijn conditie probeerden te stabliseren. De afdeling was bomvol met zieke kinderen, en ze moesten zelfs de hulp inroepen van collega’s van de volwassen Eerste Hulp.
Niemand kon precies zeggen wat de reden was van zijn verslechterende toestand, behalve dat zijn buik vol met lucht zat.
Normaal gesproken mogen ouders niet in de Intensive Care unit blijven als medisch personeel met het kind bezig is, maar omdat ze wisten dat ik verpleegster was, mocht ik blijven en werd ‘deel van het team’.
Er moest een C.T. scan gemaakt worden, maar eerst moest de bloeddruk van Na’il gestabiliseerd worden ~ deze was bijna niet te meten , zo laag. Ik zag de kleur van zijn beentjes en wist in mijn hart dat we de strijd al verloren hadden.
De C.T. toonde aan dat alle belangrijke organen omringd waren door lucht, wat ook de bloedcirculatie naar zijn nieren en benen afdrukte. De artsen wisten echter nog steeds niet wat die lucht in zijn buik veroorzaakte, want er was geen perforatie te zien op de foto’s.

Na’il’s biologische vader, Chassan, arriveerde tegelijk met de kinderchirurg, die speciaal, midden in de nacht voor Na’il naar het ziekenhuis was gekomen. Een blik op de kleine jongen en hij schudde triest zijn hoofd. Na’il zou gaan sterven, maar er bestond een kans van 1% dat een operatie verlichting kon brengen. De arts waarschuwde ons dat er grote kans bestond dat
Na’il de operatie niet eens zou overleven.
Chassan wilde die 1% kans op een wonder aangrijpen, maar ik wist in mijn hart dat het al te laat was voor ons manneke.
Woensdagmorgen om 4 uur werd Na’il naar de operatiekamer gereden, terwijl
Chassan en ik gespannen in de wachtkamer bij de uitslaapkamer bleven wachten tot de wereld wakker werd.

6 uur. Een duidelijk vermoeide chirurg vertelde ons dat hij niets meer had kunnen doen om Na’il te helpen. Zijn dunne darm was helemaal afgestorven, waarschijnlijk door een stolling in zijn bloedvaten, en dat was de oorzaak van al die lucht geweest. Een uur lang had de chirurg geprobeerd het buikje dicht te naaien, maar kreeg de enorm gezwollen darmen er niet meer in.
Na’il had de operatie overleefd, maar het was nog maar de vraag of hij stabiel genoeg zou zijn om van de uitslaapkamer naar de Kinder Intensive Care getransporteerd kon worden.
Het ziekenhuis werd wakker, de ochtenddienst begon te arriveren, en wij wachtten op nieuws over onze kostbare Na’il.

Wim arriveerde om 8 uur en wist te vertellen dat Na’il al naar de kinderafdeling was overgebracht. Door de wisseling van de wacht waren ze vergeten dat we in de wachtkamer zaten.
Kinderchirurgie op de 4e verdieping was altijd Na’ils favoriete afdeling geweest. Hij had daar verschillende operaties ondergaan, en nu was hij terug, zonder het nog te beseffen.

Chassan, Wim en ik werden naar een kamer geloodst waar twee artsen, een maatschappelijk werkster, de hoofdverpleegkundige en nog een paar mensen ons alle tijd gaven om vragen te stellen. Ze luisterden naar onze verhalen, en bereidden ons voor om afscheid te nemen van een jongetje wat stervende was.

Aangesloten op nog meer kabels, slangen, toeters en bellen, lag Na’il doodstil in bed. Zijn gezichtje was al lijkbleek, de bloeddruk niet meer te meten, en zijn pols heel erg laag. Twee van Chassan’s broers stonden aan een kant van zijn bed te huilen, terwijl ik naast Na’il ging zitten en Wim bij me bleef staan.

Ik aaide zijn gezichtje, zijn kortgeknipte stekelhaartjes, kuste zijn al koude voorhoofd, zijn gesloten ogen, zijn prachtig gevormde oortje wat nooit gehoord had, (hij was doof) en probeerde al zijn geliefde kenmerken in te prenten, voordat het niet langer mogelijk was.
9.30 uur. De dokter en een verpleegkundige liepen naar de monitor bij het bed toe en zeiden: “Tijd van sterven: 9.30 uur,” en deden de beademingsmachine uit. Vanwege die machine hadden we niet eens gerealiseerd dat hij er al niet meer was.
De ziel van onze geliefde Na’il was naar de hemel gegaan, verwelkomed in de wachtende armen van onze Hemelse Vader. Hij was nu bevrijd van zijn vervormde lichaampje, dat hij in bed had achtergelaten. We probeerden ons hem voor te stellen: rennend en lachend en pratend! En keken dan naar het witte, stille figuurtje in het bed en huilden.
Het was zo’n voorrecht dat ik de verpleegkundige mocht helpen onze kleine jongen voor de laatste keer te wassen. En toen, na een laatste afscheidskus, werd de lichaamszak dichtgeritst, en kon ik nooit meer dat kostbare, 17 kilo zware kereltje knuffelen of kussen.
Hij was op zijn favoriete afdeling overleden!

Chassan moest alle dingen voor de begrafenis regelen, wat een hele toestand was. In Israel begraven zowel de Joden als de Moslims hun doden binnen 24 uur. Chassan moest een speciale vergunning van het Ministerie van Gezondheid halen om Na’il’s lichaam mee te kunnen nemen naar de Tempelberg in Jeruzalem. Vrouwen mogen niet bij Moslim begrafenissen aanwezig zijn, en ook Wim voelde er niet veel voor om het bij te wonen.
Om 12.00 ‘s middags kwamen we doodmoe thuis, met een wandelwagen, tassen, maar zonder kind.
Fahima zou proberen zo snel mogelijk vanuit het zuiden naar Jeruzalem te komen, maar Nadia moesten we het vertellen toen ze thuis kwam vanuit haar werk. De maatschappelijk werkster van Pleegzorg kwam op bezoek om ons te troosten en practische hulp te verlenen.
Inmiddels begonnen vanuit de hele wereld e-mails binnen te komen, in reactie op Wim’s nieuws en gebedsverzoeken. Onze buurman de huisarts liet zijn praktijk een uur in de steek om ons te troosten in ons verdriet.
Ook al zijn we niet Joods, besloten we toch om de 7 dagen durende rouwperiode (de Shiva) te houden, die meteen na de begrafenis begint.

Chassan belde ons om 16.00 uur op dat Na’il begraven was in een familiegraf achter de Tempelberg, tegenover de Olijfberg. De begraafplaats ligt in de buurt van de Gouden Poort, waar eens de Messias Jeruzalem zal betreden!

Tijdens de Shiva hebben we heel veel mensen op bezoek gehad, die ons verdriet wilden delen. Het was zo’n zegen en troost om te weten hoeveel mensen van ons manneke hielden, en wat een voorbeeld hij was voor velen.

Nu, precies een week na zijn overlijden, kunnen we het gemis nog steeds niet goed bevatten. De kostbare herinneringen aan hem en de liefde van zovelen vertroosten ons, ook de wetenschap dat hij op geen betere plaats kon zijn ~de hemel!

Deze foto hebben we op de zaterdag voor zijn overlijden genomen. Na’il vond de afdruk zo prachtig! Schaterend en lachend tikte hij steeds weer opnieuw met zijn grote teen op mijn gezicht, en dan weer op dat van hem. (Vanwege zijn verstijfde armpjes gebruikte hij zijn voeten als zijn handen.) De glorieuze glimlach verlichtte zijn gezichtje, het was heel bijzonder. Ik bewaar die herinnering als een kostbare schat! Een van de velen die ongetwijfeld boven zullen komen drijven, en die we willen opschrijven, om maar niet te vergeten. Ter gezegende nagedachtenis aan Na’il!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.