zaterdag 21 februari 2009

4e dag van de Zeven Bijzondere Dagen

4e dag – Zaterdag 7 Februari

Het was een vast onderdeel van ons Shabbats programma geworden: Wim nam Na’il altijd mee naar het zwembad in de buurt. Deze ochtend ging Wim er alleen maar naar toe om de rouwaankondiging op te hangen en het persoonlijk tegen een aantal vaste zwemmers te vertellen.
Het huis was stil. Te stil.
“Het is net alsof Na’il een dagje naar zijn ouders is, “ zei Wim.

Rond het middaguur begon de zon te schijnen en het zachte weer deed Wim bijna voorstellen om een eindje met Na’il te gaan wandelen. Het voelde zo ontzettend vreemd zonder hem.
Onze zaterdagen draaiden altijd rondom Na’il’s noden en aktiviteiten. We moesten de hulpeloze jongen de fles geven, dan op het toilet helpen, dan in bad, dan een DVD kijken, dan meegenomen voor een ommetje, etc.
De meisjes zaten het meeste van de tijd op hun kamers, en konden zichzelf redelijk redden. Niet langer werden we opgeschrikt door het lawaai dat Na’il maakte door met het opzetstuk van de w.c. ongeduldig op de grond te timmeren. Ik moet naar de w.c. METEEN!
Nu hoefde ik niet meer snel mijn typewerk op te slaan om dan vervolgens snel naar beneden te rennen om hem te helpen. Nu hadden we heel wat ongestoorde tijd om te ‘relaxen’, en te lezen of schrijven, iets waar we altijd van droomden en op hoopten. Maar omdat het gewoon niet mogelijk was, hadden we geleerd het te accepteren en ervan te maken wat er van te maken viel.
“Op een dag zal het er misschien van komen?” hadden we altijd tegen elkaar gezegd. Nu was de dag gearriveerd en wisten we niet wat we ermee doen moesten.

De vele foto’s van Na’il hielpen ons menige kostbare en vaak grappige situaties te binnen te schieten. Er waren zoveel kostbare herinneringen!
Omdat de Shabbat (koningin) een dag van vreugde is, gaan de mensen meestal niet op rouwbezoek. Dat wisten we niet, maar waren dankbaar voor de onverwachte rust. We zagen God’s hand erin toen drie Nederlandse vrienden op bezoek kwamen. Het echtpaar werkte in Jemima, vlakbij Bethlehem, in een tehuis voor geestelijke en lichamelijk gehandicapte kinderen. De verpleegster werkte onder Russische immigranten.
Na’il’s voedsel bestond alleen uit vloeibare melk, en ik had me afgevraagd wat we konden doen met de 170 blikjes die we net gekocht hadden. Het antwoord kwam op bezoek, en we konden onze Nederlandse vrienden zegenen met Na’il’s voedsel en luiers.
Opnieuw waren we verbaasd over het rimpeleffect van de Shiwa en de zegen die het ook voor anderen was.

Mijn ogen waren nog steeds rood en gezwollen, maar ik merkte dat het huilen minder werd en vroeg me af of dit normaal was. Slapen was nog steeds een probleem, en het begon er op te lijken dat 3 uur mijn vaste ontwaak tijd was geworden. Lichamelijk waren we niet veel in beweging, maar emotioneel waren we uitgeput. Toch wisten we ons gedragen door alle gebeden die voor ons opgezonden waren. God was op een bijzondere wijze bij ons!

Van slapeloze nachten krijg ik altijd vreselijke hoofdpijn. Daar kwam nog bij dat ik nog nooit van mijn leven zoveel achter elkaar had moeten praten, en in het Hebreeuws nog wel, en iedere keer mijn hersens vreselijk moest inspannen om de juiste woorden te vinden. Ook dat zou genoeg reden zijn om een migraine te krijgen. Maar ik had nergens last van. Nog een wonder waarvoor we God dankten!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.