zaterdag 21 februari 2009

7e dag van de Zeven Bijzondere Dagen

Dag 7 ~ dinsdag 10 februari

Vorige week leefde Na’il nog. Was het pas een week geleden? Het was zo ontzettend moeilijk om voor te stellen, maar de rauwe waarheid loog niet ~ zijn lege kamertje, de elektrische rolstoel die ongebruikt in een hoek stond; de commode nu gevuld met fotoalbums; een paraplu op zijn bed, die geen vijf minuten heel gebleven zou zijn als hij nog geleefd had....
De medicijnkast hoefden we ook niet langer op slot te doen – een deur die Na’il ’s morgens altijd als eerste controleerde, want soms vergat ik wel eens om deze op slot te doen. Hij had het meteen in de gaten, deed dan gauw de la open om erin te kijken, want misschien viel er wel een injectiespuit te bietsen....

Voor de laatste keer stak ik de herdenkingskaars naast Na’il’s foto aan die op het dressoir stond, en was blij dat de Shiwa ten einde liep.

De meeste bezoekers die langskwamen waren vrienden van Fahima ~ we waren blij voor haar.

Toen de zevendaagse rouwperiode ten einde liep, dachten Wim en ik terug aan al de mensen die langsgekomen waren, ons gebeld of geschreven hadden. Zij hadden niet alleen ons verdriet gedeeld, maar ook samen met ons Na’il’s leven gevierd.

Er was zoveel om dankbaar voor te zijn!
Het waren waarachtig zeven heel bijzondere en gezegende dagen geweest!

6e dag van de Zeven Bijzondere Dagen

Dag 6 ~ Maandag 9 februari

God wist wat we aankonden ~ die dag kwamen er nog steeds mensen op bezoek, maar gelukkig steeds twee tegelijk, en niet ofafgebroken.

We gingen door met delen en herinneren van ons bijzondere jongetje. Een religieuze buurman vertelde ons dat het meest intense verdriet er tijdens de de eerste drie dagen van de Shiwa uitkomt. Dan zijn meestal de meest direkte familieleden aanwezig. Op de vierde dag is het verdriet nog steeds aanwezig, het gemis ook, maar de tranen vloeien wat minder vaak. Dat had ik ook zo ervaren.

We praatten weer bij met een ander bijzonder Nederlands echtpaar die moesten verhuizen en nu op zoek waren naar een ander huis. We hadden een kennis die een flat te huur had, en Wim beloofde die vrouw te benaderen. Wie weet? Het rimpeleffect van de shiwa.....
Als er geen bezoek was hield Wim zich bezig met het versturen en beantwoorden van e-mails (en tussendoor ook de Ambassade mailing verzendklaar maken); ik werkte aan Na’il’s blog en schreef verhaaltjes over hem. Het ontketende een overweldigende lawine van ideeën!
Een Amerikaanse vriendin had me gevraagd gastschrijfster te worden op haar blog, waar ik een verhaal geplaatst had getiteld “Een prachtig jongetje!”.
Er kwamen heel bemoedigende reacties op, wat mij deed besluiten om deze 30 rouwdagen te gebruiken om over Na’il te schrijven. Om het al mijn aandacht te kunnen geven, moest ik echter mijn nieuwe roman even in de wachtkamer zetten.

We begonnen ook te zien dat we meer structuur in onze levens moesten brengen. Door Na’il’s overlijden moest er een balans komen tussen zittende activiteiten, zoals schrijven, en in beweging te blijven.

Maar bovenal moest ik mezelf ‘genadig’ zijn, mezelf de tijd gunnen om dit verlies te verwerken, en me niet op tijdrovende projecten te storten.

Nog maar één dag te gaan. Ik was zo ontzettend moe, en wilde maar dat het alvast achter de rug was.

5e dag van de Zeven Bijzondere Dagen

Dag 5 ~ Zondag 8 Februari

Wim begon te praten over een weekendje weg, en misschien konden we zelfs de meisjes nu voor een vakantie mee naar Nederland nemen. Ik wilde wegkruipen ~ dat was het laatste waar ik nu aan wilde denken!
In deze overlevingsfase kon ik me nog niet bezighouden met de plotselinge ‘mogelijkheden’ die Na’il’s overlijden met zich meebrachten.

De eerste bezoekers kondigden zich aan, en het leek alsof er een dam was doorgebroken. Ze bleven maar komen, golf na golf na golf.
Sommige mensen waren verbaasd elkaar bij ons te ontmoeten: “Hé! Jij ook hier?”

Leraressen en het hoofd van Na’il’s huidige en voormalige school kwamen op bezoek, tesamen met anderen die met hem gewerkt hadden of hem kenden; dan waren er de telefoontjes: “Ik wilde alleen maar even weten hoe het met jullie gaat...;” ik keerde weer terug naar het bezoek, pratend, vertellend, steeds maar weer delen over dat bijzondere kereltje. Ik had bijna geen stem meer over van al dat gepraat in het hebreeuws, en we hadden amper tijd om wat te drinken, laat staan te eten.

’s Avonds, na een kort ommetje door de buurt om tenminste wat frisse lucht te happen, liep ik naar huis terug. M’n hart zonk in de schoenen toen ik Wim bij het hek zag praten met een buurvrouw. Ik verlangde zo naar m’n bed, maar inplaats daarvan haalde ik diep adem en bleef op van vermoeidheid trillende benen bij hen staan praten.
Eenmaal in bed, bad ik om kracht en vroeg me af of ik nog zo’n dag zou kunnen overleven.

4e dag van de Zeven Bijzondere Dagen

4e dag – Zaterdag 7 Februari

Het was een vast onderdeel van ons Shabbats programma geworden: Wim nam Na’il altijd mee naar het zwembad in de buurt. Deze ochtend ging Wim er alleen maar naar toe om de rouwaankondiging op te hangen en het persoonlijk tegen een aantal vaste zwemmers te vertellen.
Het huis was stil. Te stil.
“Het is net alsof Na’il een dagje naar zijn ouders is, “ zei Wim.

Rond het middaguur begon de zon te schijnen en het zachte weer deed Wim bijna voorstellen om een eindje met Na’il te gaan wandelen. Het voelde zo ontzettend vreemd zonder hem.
Onze zaterdagen draaiden altijd rondom Na’il’s noden en aktiviteiten. We moesten de hulpeloze jongen de fles geven, dan op het toilet helpen, dan in bad, dan een DVD kijken, dan meegenomen voor een ommetje, etc.
De meisjes zaten het meeste van de tijd op hun kamers, en konden zichzelf redelijk redden. Niet langer werden we opgeschrikt door het lawaai dat Na’il maakte door met het opzetstuk van de w.c. ongeduldig op de grond te timmeren. Ik moet naar de w.c. METEEN!
Nu hoefde ik niet meer snel mijn typewerk op te slaan om dan vervolgens snel naar beneden te rennen om hem te helpen. Nu hadden we heel wat ongestoorde tijd om te ‘relaxen’, en te lezen of schrijven, iets waar we altijd van droomden en op hoopten. Maar omdat het gewoon niet mogelijk was, hadden we geleerd het te accepteren en ervan te maken wat er van te maken viel.
“Op een dag zal het er misschien van komen?” hadden we altijd tegen elkaar gezegd. Nu was de dag gearriveerd en wisten we niet wat we ermee doen moesten.

De vele foto’s van Na’il hielpen ons menige kostbare en vaak grappige situaties te binnen te schieten. Er waren zoveel kostbare herinneringen!
Omdat de Shabbat (koningin) een dag van vreugde is, gaan de mensen meestal niet op rouwbezoek. Dat wisten we niet, maar waren dankbaar voor de onverwachte rust. We zagen God’s hand erin toen drie Nederlandse vrienden op bezoek kwamen. Het echtpaar werkte in Jemima, vlakbij Bethlehem, in een tehuis voor geestelijke en lichamelijk gehandicapte kinderen. De verpleegster werkte onder Russische immigranten.
Na’il’s voedsel bestond alleen uit vloeibare melk, en ik had me afgevraagd wat we konden doen met de 170 blikjes die we net gekocht hadden. Het antwoord kwam op bezoek, en we konden onze Nederlandse vrienden zegenen met Na’il’s voedsel en luiers.
Opnieuw waren we verbaasd over het rimpeleffect van de Shiwa en de zegen die het ook voor anderen was.

Mijn ogen waren nog steeds rood en gezwollen, maar ik merkte dat het huilen minder werd en vroeg me af of dit normaal was. Slapen was nog steeds een probleem, en het begon er op te lijken dat 3 uur mijn vaste ontwaak tijd was geworden. Lichamelijk waren we niet veel in beweging, maar emotioneel waren we uitgeput. Toch wisten we ons gedragen door alle gebeden die voor ons opgezonden waren. God was op een bijzondere wijze bij ons!

Van slapeloze nachten krijg ik altijd vreselijke hoofdpijn. Daar kwam nog bij dat ik nog nooit van mijn leven zoveel achter elkaar had moeten praten, en in het Hebreeuws nog wel, en iedere keer mijn hersens vreselijk moest inspannen om de juiste woorden te vinden. Ook dat zou genoeg reden zijn om een migraine te krijgen. Maar ik had nergens last van. Nog een wonder waarvoor we God dankten!

donderdag 19 februari 2009

3e dag van de Zeven Bijzondere Dagen

3e dag ~ Vrijdag 6 Februari

Zes dagen per week, meestal rond 6.30 uur maakte ik Na’il altijd voorzichtig wakker door over zijn zachte, kort geknipte witte haartjes te strijken en hem op zijn wangetje te kussen. Zijn bovenlichaam lag altijd verborgen onder een berg dekens. Zelfs al droeg hij een korte pyjama (een lange broek trok hij altijd weer meteen uit), verbaasde ik me altijd dat zijn voetjes warm aanvoelden. Nu had ik er spijt van dat we nooit een foto hadden gemaakt van zijn vreemde slaapgewoonte.

Nadia werd wakker met, “Na’il is dood. Mag ik zijn DVD’s?”
God zij dank voor simpele zielen!

Ik besloot een begin te maken met dingen op te gaan schrijven, zodat de herinneringen aan Na’il niet verloren zouden gaan. Helemaal met ons leven in Israel, waar zelfs een ‘gewone’ dag soms nogal overweldigend kan zijn, zouden die herinneringen gemakkelijk kunnen ondersneeuwen.
Ik wist ook dat het me zou helpen mijn verdriet te verwerken.

Verschillende keren hadden mensen mij al gevraagd of ik een boek ging schrijven over ons leven met de kinderen. Daar had ik over nagedacht, maar wist dat ik nog niet klaar was om over de levende hel te schrijven die we doorgemaakt hadden met onze eerste pleegzoon, die "Borderlijn" was.
Van de tien jaar dat hij bij ons gewoond had, had ik niet al te veel kostbare herinneringen.

Na’il echter, was een totaal ander kind, en ook al hadden we vanwege hem heel wat offers moeten brengen, toch waren de meeste herinneringen bijzonder en blij – voldoende om “Blij te zijn met een Leven”.

Van het een kwam het ander: ik maakte een speciaal Blog (Celebrating a Life) en een aparte bladzijde op de Website. Wat was ik God dankbaar voor mijn schrijftalent! Zonder dat zou ik zeker in een gigantisch gat zijn gevallen. Doordat ik over Na’il kon schrijven, was ik in staat om op een constructieve manier te rouwen.
Ik wilde ook dat zoveel mogelijk mensen zouden horen wat een bijzonder kind Na’il was geweest, en hoopte dat dit door zou gaan, zelfs na zijn overlijden.

Later realizeerde ik me dat dit vaak de manier is waarop het Joodse volk op een verlies of calamiteit reageert: zij maken er iets positiefs van, iets wat anderen zegent, en gelijkertijd bewaard het de herinnering aan hun geliefde.

Mensen bezochtten ons huis, telefoneerden ens schreven ons. Ook al was het soms erg overweldigend, toch voelden we ons gezegend door alle bezorgheid, bemoedigen en liefde.

Een collega van Wim maakte een speciale kipschotel en een chocolade taart, alleen maar omdat Nadia tegen haar gezegd had dat ze daar zo gek op was.

De bereidwilligheid van Avi en Yaron, Will en Diet’s jongens, om samen met ons de Shabbat’s maaltijd te houden, in plaats van naar een Jeugdconferentie te gaan, ontroerde me diep.

Ik zag op tegen de Shabbat, en vroeg me af wat die brengen zou.


2e dag van de Zeven Bijzondere Dagen

2e dag ~ Donderdag 5 Februari

Nadia’s bezoek aan de psychiater kon niet worden uitgesteld, want ze had heel hard professionele hulp nodig. Helemaal nu, met dit traumatische gebeuren. Ik vertrouwde mezelf niet achter het stuur en was dankbaar dat Wim ons naar Oost-Jeruzalem reed. De dokter had ook Na’il behandeld, en terwijl de tranen langs mijn wangen stroomden, vertelde ik haar wat er gebeurd was.
Toen we ons klaar maakten om weer te vertrekken, met nieuwe recepten voor Nadia, zei de lieve vrouw dat ik altijd bij haar kon komen op het spreekuur als ik over Na’il wilde praten.

Voordat we naar huis gingen, moesten we eerst langs Wim’s kantoor rijden, waar hij alle spullen verzamelde die nodig waren om de mailing van de nieuwsbrief vanuit thuis te verzorgen.
We moesten huilen en lachen om een opmerking van een van zijn collega’s die zei dat Na’il de “Eeuwige Tijd Lift” had genomen, recht de hemel in. De “Tijd Lift” was een van Na’il’s meest geliefde uitjes. (Zie apart verhaal).

“Mag ik alsjeblieft langskomen?” schreef Mirjam in een SMS. Iedere zondagmiddag nam ze Na’il voor drie uurtjes mee uit, en ze was gek op hem. We begonnen nu het belang te zien van de Shiwa, niet alleen voor onszelf, maar ook allen die van Na’il gehouden en hem gekend hadden.

Toen de secretaresse van de orthodontist belden, nam ik aan dat ze al over Na’il gehoord had. Maar ze had alleen maar een afspraak willen verzetten, en was zeer geschokt toen ze het nieuws hoorde. Kort daarna belde de orthodontist op om zijn medeleven te betuigen en de hoofdzuster van de kindertandartsafdeling in het ziekenhuis vroeg of ook zij alsjeblieft op bezoek komen?

De tekst die we op de rouwaankondigen zetten kwam van een van de kaarten, en verwoordde precies wat we voelden: “Verdriet om een verlies, Vreugde om een Leven”.
Onze buurvrouw legde ons uit hoe het bij een Shiwa toeging, wat de regels waren voor de familie en de bezoekers. We besloten om ‘open huis’ te houden van 10.00 tot 19.00 uur.

Toen mijn zus persoonlijk het nieuws aan mijn 88 jarige moeder ging vertellen, dacht die eerst dat een ander kleinkind was overleden. Het was voor haar een dubbele schok toen ze zich realiseerde dat het Na’il was.
We huilden samen over de telefoon, en ik voelde me onmachtig dat we elkaar niet konden omhelzen en troosten. Savta (oma) had de kleine jongen goed leren kennen toen ze 1 ½ jaar lang bij in Jeruzalem woonde. Ook Na’il had veel van zijn Savta gehouden.
Ik maakte me zorgen over mijn moeder in het verre Holland en wilde maar dat ze bij ons was. Dan kon ze delen in de blijken van liefde en troost die we ontvingen. Ik hoopte dat zij op haar beurt mensen zou hebben die haar konden troosten als het verlies haar overspoelde. En natuurlijk maakte op haar beurt mijn moeder zich zorgen om mij, en vroeg zich af of ik dit verlies wel zou kunnen dragen.

Fahima kwam thuis. Ieder van onze gehandicapte pleegkinderen leefde in zijn of haar kleine wereldje, als een eiland, bezig met hun eigen beslommeringen, en was niet al te veel betrokken bij de ander. Ook al had Fahima dan niet veel kontakt met haar ‘broertje’, had het plotselinge overlijden haar natuurlijk erg geschokt. Toch waren we een gezin, ook al was het dan een beetje onsamenhangend, die juist in tijden van verdriet elkaar nodig hadden.
Gelukkig hadden Fahima’s vrienden en vriendinnen haar geweldig opgevangen toen ze gisteren het nieuws hoorde.

Bezoekers begroetten ons niet met de gebruikelijke “shalom”, maar met “het spijt me zo!” Het eerste wat ze deden was een van de fotoalbums pakken. Niemand wilde iets eten of drinken, alleen maar bij ons zitten en over een kostbaar jongetje praten. De verhalen die men met ons deelden ontroerden ons, en we waren zo bemoediged te horen op welke bijzondere manier ‘ons’ jongetje zovele levens had aangeraakt in de bijna 12 jaar dat hij bij ons geweest was.

We hadden amper tijd om adem te halen, laat staan te koken, en opnieuw waren we dankbaar voor de warme maaltijd die Wim’s werk kwam brengen.
Het voedde tenminste de rest van de familie, want mijn eetlust was verdwenen.

Opnieuw werd het een korte nacht. Opnieuw werd ik om 3 uur wakker, overvallen door de wetenschap dat er morgenochtend geen kleine jongen op mij wachtte die naar school geholpen moest te worden.

1e dag van Zeven Bijzondere Dagen

ZEVEN BIJZONDERE EN GEZEGENDE DAGEN

Onze geliefde pleegzoon Na’il overleed zeer plotseling op 4 Februari, 2009.
Als Christen hebben we verschillende gebruiken, maar desondanks besloten we volgens het Joodse gebruik de 7 rouwdagen (Shiwa) te houden voor onze Moslim zoon.

1e Dag ~ Woensdag 4 Februari

Na’il overleed om 9.30 uur in het ziekenhuis, en pas rond het middaguur keerden we uitgeput en verdwaasd naar huis terug.
De avond daarvoor, toen ik Na’il naar het ziekenhuis had genomen, was Wim begonnen e-mails te sturen naar zijn internationale vriendenkring, waarin hij gebed vroeg voor ons kleine manneke. Helaas moest hij hen nu het trieste nieuws van Na'il's overlijden meedelen, en al heel spoedig kwamen de eerste geschokte reacties binnen.

Na’il’s school en onze maatschappelijk werkster waren al in kennis gesteld toen we nog in het ziekenhuis waren. Terwijl ik probeerde een paar uurtjes slaap in te halen na een slapeloze nacht, belde Wim zijn familie en onze buren. Onze buurman de dokter liet zijn praktijk met patienten in de steek, en reed meteen naar ons toe.
De maatschappelijk werkster was bij ons toen we Nadia het nieuws vertelden dat haar ‘broertje’ overleden was en nu in de hemel. Ze barste in tranen uit, om niet snel daarna te vragen, “Mag ik zijn kamer hebben?”

Fahima voelde zich niet lekker en zou de volgende dag naar Jeruzalem terug keren.
15.30 uur was de tijd dat Na’il meestal uit school thuiskwam. Zijn chauffeur en de begeleidster kwamen speciaal langs om met ons te huilen. Nooit meer zouden we het getoeter van het busje horen, het teken dat Na’il terug van school was.

In een Joodse familie vangt de Shiwa direkt na de begrafenis aan, die binnen 24 uur moet plaatsvinden. Wij hadden geen gelegenheid om Na’il’s begrafenis bij te wonen.

Rond 16.00 uur belde Na’il’s vader op met de mededeling dat Na’il nu was bijgezet in een familiegraf tegenover de Olijfberg. (Zie apart verhaal “Begrafenis van een Engel”).
Ik had geen energie om te koken, en Wim’s collega’s verrasten ons door een ovenschotel te brengen, samen met een pot geurende hyacinten, waar een prachtig kaartje aan vast zat.

Samen met onze beste vrienden Will, Diet en hun twee jongens, (die gewoon familie zijn geworden), huilden en rouwden we om het verlies van onze kostbare kleine jongen.
Meer e-mails begonnen binnen te komen, en de telefoon hield niet op met rinkelen. Omdat mijn Hebreeuws beter is dan dat van Wim, moest ik iedere keer weer opnieuw hetzelfde verhaal vertellen.

Terwijl ik Na’il’s beddegoed en kleertjes in de wasmachine stopte en zijn kamertje een beetje op orde bracht, was het zo moeilijk voor te stellen dat hij er niet meer was. En nooit meer terug zou komen.

’s Avonds rolden we doodmoe in bed. Ik werd echter al weer om 3 uur wakker. Langzaamaan begon het schrijnende verlies tot mijn slaperige brein door te dringen. Overweldigd door verdriet doordrenkte ik mijn kussen met tranen en wachtte tot het ochted werd.

zaterdag 14 februari 2009

Nieuws op de Website

Ik heb eindelijk de Hollandse Pagina weer een beetje bijgewerkt...

Volg de link http://christinaboerma.com/christinaboerma/id38.html voor een gedichtje met betrekking tot Na'il.

Het Leven Gaat Door

Dinsdag 10 Februari was de laatste dag van de zogenaamde “Shiva”, de zeven dagen van rouw die begon op de dag dat we afscheid moesten nemen van ons geliefde manneke.
Het was een ongebruikelijke situatie: een christelijk echtpaar wat een Joodse shiva zat voor een Moslim jongetje ~ dat is ons gezin in de notedop.

Maar wat hebben we die shiva als een zegen ervaren: de liefde, troost en bemoediging die door zovele vrienden, buren en belangstellenden over ons uit is gegoten heeft ons werkelijk geholpen ons verdriet een plaats te geven. We hebben aan den lijve ervaren hoe ‘wijs’ dit Joodse ritueel is, waar we ook in het boek Job over kunnen lezen.

Kristi Holl, haalt in haar boek “Writer’s First Aid” aan hoe belangrijk schrijven is voor de geestelijke gezondheid. Ik ben bevoorrecht dat ik mijn emoties en gevoelens d.m.v. het geschreven woord kan uiten. Ik heb daarom ook een aparte pagina op de Website over Na’il gemaakt (in het engels). Hier plaatsen we dan verhaaltjes en foto’s over ons bijzondere kereltje. Ook een engels blog: Celebrating Life, is speciaal ontworpen om de herinnering aan hem levend te houden.
Aan het einde van het hoofdstuk getiteld “Schoonheid in plaats van As” schrijft Kristi :
“Als we onze pijn met anderen delen, gebeurt er iets heel bijzonders: het helpt namelijk ook andermans pijn te genezen.”
Dat is ook mijn gebed.

Links: Blog Na’il: http://nailtheacquirer.blogspot.com
Website: http://christinaboerma.com/christinaboerma/id31.html

woensdag 11 februari 2009

Het ontvouwen der Zeilen


"Sterven is als het vertrekken van een schip.

Ze ontvouwt haar zeilen bij zonsopgang en koerst naar de einder.

Als het schip aan de horizon verdwijnt, blijft iedereen verdrietig achter.

Maar ergens, aan de andere oever, staat een groep mensen te wachten in spanning.

Als als in de verte de zeilen te zien zijn, schreeuwt iemand vol blijdschap:

"Daar komt hij!"

(Jan de Hartog)


Wat een vreugde zal er in de hemel geweest zijn toen Na'il verwelkoomd werd!

Verdriet om een Verlies...

Onze 14 jarige pleegzoon Na’il had de griep, maar toen ik hem om 15.30 uur meenam voor een bezoek aan de kinderarts, die dinsdag 3 Februari, kon ze niets bijzonders vinden. Zorgen dat de temperatuur niet te hoog opliep, was het enigste wat ik doen kon.
Rond 21.00 uur merkte ik dat zijn ademhaling moeizaam ging, en zijn buik enorm dik was en zo hard als een steen. Er was iets goed mis met hem.
Tijdens de rit naar het ziekenhuis ging Na'il regelmatig rechtop zitten in de wandelwagen, en realiseerde zich wel dat we naar zijn favoriete plek (het Hadassah ziekenhuis in Ein Kerem) gingen, maar had al zijn aandacht nodig om adem te halen. Nadat Wim ons bij het ziekenhuis had afgezet, reed hij weer terug naar huis, omdat Nadia niet alleen gelaten kon worden.
Op de Eerste Hulp afdeling werden we meteen naar de Intensive Care hoek geloodst, waar Na’ils gezondheid hollende achteruit ging. Ik stapte een levende nachtmerrie binnen.
Terwijl de zuster een neussonde probeerde in te brengen, hield hij op met ademhalen. De narcotiseur wist hem met veel moeite te intuberen en hem aan de beademingsmachine aan te sluiten, terwijl twee artsen en verschillende verpleegsters zijn conditie probeerden te stabliseren. De afdeling was bomvol met zieke kinderen, en ze moesten zelfs de hulp inroepen van collega’s van de volwassen Eerste Hulp.
Niemand kon precies zeggen wat de reden was van zijn verslechterende toestand, behalve dat zijn buik vol met lucht zat.
Normaal gesproken mogen ouders niet in de Intensive Care unit blijven als medisch personeel met het kind bezig is, maar omdat ze wisten dat ik verpleegster was, mocht ik blijven en werd ‘deel van het team’.
Er moest een C.T. scan gemaakt worden, maar eerst moest de bloeddruk van Na’il gestabiliseerd worden ~ deze was bijna niet te meten , zo laag. Ik zag de kleur van zijn beentjes en wist in mijn hart dat we de strijd al verloren hadden.
De C.T. toonde aan dat alle belangrijke organen omringd waren door lucht, wat ook de bloedcirculatie naar zijn nieren en benen afdrukte. De artsen wisten echter nog steeds niet wat die lucht in zijn buik veroorzaakte, want er was geen perforatie te zien op de foto’s.

Na’il’s biologische vader, Chassan, arriveerde tegelijk met de kinderchirurg, die speciaal, midden in de nacht voor Na’il naar het ziekenhuis was gekomen. Een blik op de kleine jongen en hij schudde triest zijn hoofd. Na’il zou gaan sterven, maar er bestond een kans van 1% dat een operatie verlichting kon brengen. De arts waarschuwde ons dat er grote kans bestond dat
Na’il de operatie niet eens zou overleven.
Chassan wilde die 1% kans op een wonder aangrijpen, maar ik wist in mijn hart dat het al te laat was voor ons manneke.
Woensdagmorgen om 4 uur werd Na’il naar de operatiekamer gereden, terwijl
Chassan en ik gespannen in de wachtkamer bij de uitslaapkamer bleven wachten tot de wereld wakker werd.

6 uur. Een duidelijk vermoeide chirurg vertelde ons dat hij niets meer had kunnen doen om Na’il te helpen. Zijn dunne darm was helemaal afgestorven, waarschijnlijk door een stolling in zijn bloedvaten, en dat was de oorzaak van al die lucht geweest. Een uur lang had de chirurg geprobeerd het buikje dicht te naaien, maar kreeg de enorm gezwollen darmen er niet meer in.
Na’il had de operatie overleefd, maar het was nog maar de vraag of hij stabiel genoeg zou zijn om van de uitslaapkamer naar de Kinder Intensive Care getransporteerd kon worden.
Het ziekenhuis werd wakker, de ochtenddienst begon te arriveren, en wij wachtten op nieuws over onze kostbare Na’il.

Wim arriveerde om 8 uur en wist te vertellen dat Na’il al naar de kinderafdeling was overgebracht. Door de wisseling van de wacht waren ze vergeten dat we in de wachtkamer zaten.
Kinderchirurgie op de 4e verdieping was altijd Na’ils favoriete afdeling geweest. Hij had daar verschillende operaties ondergaan, en nu was hij terug, zonder het nog te beseffen.

Chassan, Wim en ik werden naar een kamer geloodst waar twee artsen, een maatschappelijk werkster, de hoofdverpleegkundige en nog een paar mensen ons alle tijd gaven om vragen te stellen. Ze luisterden naar onze verhalen, en bereidden ons voor om afscheid te nemen van een jongetje wat stervende was.

Aangesloten op nog meer kabels, slangen, toeters en bellen, lag Na’il doodstil in bed. Zijn gezichtje was al lijkbleek, de bloeddruk niet meer te meten, en zijn pols heel erg laag. Twee van Chassan’s broers stonden aan een kant van zijn bed te huilen, terwijl ik naast Na’il ging zitten en Wim bij me bleef staan.

Ik aaide zijn gezichtje, zijn kortgeknipte stekelhaartjes, kuste zijn al koude voorhoofd, zijn gesloten ogen, zijn prachtig gevormde oortje wat nooit gehoord had, (hij was doof) en probeerde al zijn geliefde kenmerken in te prenten, voordat het niet langer mogelijk was.
9.30 uur. De dokter en een verpleegkundige liepen naar de monitor bij het bed toe en zeiden: “Tijd van sterven: 9.30 uur,” en deden de beademingsmachine uit. Vanwege die machine hadden we niet eens gerealiseerd dat hij er al niet meer was.
De ziel van onze geliefde Na’il was naar de hemel gegaan, verwelkomed in de wachtende armen van onze Hemelse Vader. Hij was nu bevrijd van zijn vervormde lichaampje, dat hij in bed had achtergelaten. We probeerden ons hem voor te stellen: rennend en lachend en pratend! En keken dan naar het witte, stille figuurtje in het bed en huilden.
Het was zo’n voorrecht dat ik de verpleegkundige mocht helpen onze kleine jongen voor de laatste keer te wassen. En toen, na een laatste afscheidskus, werd de lichaamszak dichtgeritst, en kon ik nooit meer dat kostbare, 17 kilo zware kereltje knuffelen of kussen.
Hij was op zijn favoriete afdeling overleden!

Chassan moest alle dingen voor de begrafenis regelen, wat een hele toestand was. In Israel begraven zowel de Joden als de Moslims hun doden binnen 24 uur. Chassan moest een speciale vergunning van het Ministerie van Gezondheid halen om Na’il’s lichaam mee te kunnen nemen naar de Tempelberg in Jeruzalem. Vrouwen mogen niet bij Moslim begrafenissen aanwezig zijn, en ook Wim voelde er niet veel voor om het bij te wonen.
Om 12.00 ‘s middags kwamen we doodmoe thuis, met een wandelwagen, tassen, maar zonder kind.
Fahima zou proberen zo snel mogelijk vanuit het zuiden naar Jeruzalem te komen, maar Nadia moesten we het vertellen toen ze thuis kwam vanuit haar werk. De maatschappelijk werkster van Pleegzorg kwam op bezoek om ons te troosten en practische hulp te verlenen.
Inmiddels begonnen vanuit de hele wereld e-mails binnen te komen, in reactie op Wim’s nieuws en gebedsverzoeken. Onze buurman de huisarts liet zijn praktijk een uur in de steek om ons te troosten in ons verdriet.
Ook al zijn we niet Joods, besloten we toch om de 7 dagen durende rouwperiode (de Shiva) te houden, die meteen na de begrafenis begint.

Chassan belde ons om 16.00 uur op dat Na’il begraven was in een familiegraf achter de Tempelberg, tegenover de Olijfberg. De begraafplaats ligt in de buurt van de Gouden Poort, waar eens de Messias Jeruzalem zal betreden!

Tijdens de Shiva hebben we heel veel mensen op bezoek gehad, die ons verdriet wilden delen. Het was zo’n zegen en troost om te weten hoeveel mensen van ons manneke hielden, en wat een voorbeeld hij was voor velen.

Nu, precies een week na zijn overlijden, kunnen we het gemis nog steeds niet goed bevatten. De kostbare herinneringen aan hem en de liefde van zovelen vertroosten ons, ook de wetenschap dat hij op geen betere plaats kon zijn ~de hemel!

Deze foto hebben we op de zaterdag voor zijn overlijden genomen. Na’il vond de afdruk zo prachtig! Schaterend en lachend tikte hij steeds weer opnieuw met zijn grote teen op mijn gezicht, en dan weer op dat van hem. (Vanwege zijn verstijfde armpjes gebruikte hij zijn voeten als zijn handen.) De glorieuze glimlach verlichtte zijn gezichtje, het was heel bijzonder. Ik bewaar die herinnering als een kostbare schat! Een van de velen die ongetwijfeld boven zullen komen drijven, en die we willen opschrijven, om maar niet te vergeten. Ter gezegende nagedachtenis aan Na’il!