maandag 23 maart 2009

Na'il ~ onze "Kleine Prins"

Noah, het hoofd van de Ilanot school, las tijdens de herdenkingsdienst een gedeelte van het laatste hoofdstuk van De Kleine Prins in het Hebreeuws voor. Later heb ik de Engelse versie opgezocht en vond het zo’n toepasselijk stukje, dat ik het uitgebreider weergeef.

Wat er aan het laatste hoofdstuk van de De Kleine Prins, geschreven door Antoine de Saint-Exupéry, vooraf ging:

De verteller (een vliegenier) is in de Sahara woestijn neergestort en ontmoet daar de kleine prins die van alles heeft meegemaakt. De verteller gaat bijna dood van de dorst maar dan vind hij en de prins een bron. Na lang nadenken neemt de prins op een emotionele manier afscheid van de verteller. Hij legt uit dat ook al zal het lijken dat hij dood is, dat niet zo is, maar dat zijn lichaam te zwaar is om mee terug te nemen naar zijn planeet. Hij vermaant de verteller dat het niet goed van hem was om naar hem te komen kijken, omdat het hem verdrietig zal maken. De prins geeft de slang toestemming om hem te bijten, en de volgende morgen, als de verteller op zoek gaat naar de prins, ziet hij dat het lichaampje verdwenen is. Het verhaal eindigt met een tekening van een landschap waar de ontmoeting tussen de prins en de verteller plaatsvond en waar de slang de prins van zijn leven beroofde.

Hieronder volgt het (zeer toepasselijke ) laatste gedeelte van het boek:
Nederlandse vertaling van Claire van den Abbeele.

Hij zei: 'Ik ben blij dat je gevonden hebt wat er aan je machine mankeerde. Nu kun je naar huis...'
'Hoe weet je dat?' Ik had hem juist willen vertellen dat de reparatie me, tegen alle verwachting in, gelukt was!
Hij antwoordde niets op mijn vraag maar vervolgde: 'Ik ga vandaag ook naar huis...' En toen, wat bedroefd: 'Dat is veel verder en moeilijker...'
Ik voelde wel dat er iets wonderlijks aan het gebeuren was. Ik sloot hem vast in mijn armen als een klein kindje en toch was het alsof hij loodrecht weggleed in een afgrond zonder dat ik er iets aan kon doen...
Zijn blik was ernstig, op de verte gericht: 'Dus ik heb je schaap en de kist voor het schaap - en ik heb je muilkorf...' En hij glimlachte verdrietig. Ik wachtte lang. Ik voelde dat hij langzamerhand warm werd: Arm klein kereltje, je bent geschrokken... ja, hij was zeker geschrokken! Maar hij lachte zachtjes.
'Vanavond krijg ik een nog veel ergere schrik...'
En weer bekroop mij het gevoel van iets onafwendbaars. Ik begreep dat ik de gedachte niet kon verdragen die lach nooit meer te zullen horen. Die lach was voor mij als een bron in de woestijn. ‘Klein kereltje, ik wil je nog eens horen lachen...’
Maar hij zei: 'Vannacht is het een jaar geleden. Dan staat mijn ster precies boven de plek waar ik verleden jaar gevallen ben.'
'Kereltje', zei ik, 'is het niet alles een boze droom, je afspraak met de slang en die ster...'
Maar hij beantwoordde mijn vraag niet en zei: 'Het belangrijkste kun je niet zien... ja zo is het... - Net als met de bloem. Als je van een bloem houdt die op een ster woont, dan is het heerlijk om 's nachts naar de hemel te kijken - dan zijn alle sterren met bloemen versierd.
- Ja zeker... - Net als met het water. Het water waar je mij van liet drinken was als muziek - dat kwam van de katrol en het touw... weet je nog wel... hoe lekker het was.
- Ja zeker... - Je moet 's nachts naar de sterren kijken. De mijne is te klein om je te wijzen waar ze is. Dat is ook beter zo. Voor jou is dan mijn ster één van de vele sterren. Je zult het prettig vinden alle sterren te bekijken... Alle sterren zullen je vrienden zijn... En ik zal je ook nog iets geven. Hij lachte weer.
- Och kereltje, kereltje wat hoor ik je graag lachen!
- Dat is juist mijn cadeau... net als het water...
‘Wat bedoel je?’
- Voor mensen hebben de sterren een verschillende betekenis. Voor sommige mensen die veel reizen dienen de sterren als gids. Voor anderen zijn het alleen maar lichtjes. Weer anderen, de geleerden, zien er grote vraagstukken in. Voor die zakenman die ik ken waren ze van goud. Maar al die sterren zwijgen. Jij zult sterren hebben zoals niemand anders heeft...
'Wat bedoel je toch?'
'Als jij 's nachts naar de hemel kijkt zal het zijn alsof alle sterren lachen omdat ik een ster bewoon en omdat ik lach!' En weer lachte hij. 'En als je eenmaal getroost bent (de mensen troosten zich altijd) dan zul je heel blij zijn, dat je me gekend hebt. Je zult altijd mijn vriend zijn en je zult met me mee willen lachen. En dan zul je van tijd tot tijd voor je plezier het raam open doen... En je vrienden zullen heel verbaasd zijn je te zien lachen, als je naar de hemel kijkt. Dan zeg je tegen ze: 'Ja, om de sterren moet ik altijd lachen!' En ze zullen denken, dat je gek bent - dan ben je er door mij lelijk ingelopen... '
En weer lachte hij.
'Het zal net zijn of ik je in plaats van sterren een massa rinkelbelletjes heb gegeven...'
Hij lachte nog eens maar werd toen ernstig: 'Vannacht... weet je... moet je maar niet komen.'
'Ik blijf bij je.'
'Het zal zijn alsof ik pijn heb, een beetje alsof ik sterf. Zo is het nu eenmaal. Kom daar maar niet naar kijken. Het is de moeite niet waard...'
'Ik blijf toch bij je...'
Maar hij was bezorgd. 'Ik zeg je dat vanwege de slang. Jou moet hij niet bijten... Slangen zijn kwaadaardig, soms bijten ze voor hun plezier.'
'En toch blijf ik bij je.' Er was iets dat hem geruststelde:
'Het is waar, dat ze geen gif meer overhouden voor een tweede beet...'
Die nacht merkte ik niet dat hij op weg ging. Muisstil was hij me ontsnapt. Toen het me gelukte hem in te halen liep hij met grote vlugge stappen. Hij zei alleen: 'O, ben je daar...' En hij nam mijn hand maar zei toch nog: 'Je hebt ongelijk. Je krijgt verdriet. Het zal lijken alsof ik dood ben en dat is niet zo...' Ik zweeg.
'Begrijp je het niet? Het is te ver. Ik kan dit lichaam niet meenemen. Het is veel te zwaar.'
Ik zweeg.
'Het zal niet anders zijn dan een oud omhulsel dat weggegooid wordt. Daar is niets verdrietigs aan.'
Ik zweeg.
Hij verloor een beetje de moed maar spande zich nog eens in.
'Het zal heel aardig zijn weet je. Ik zal ook naar de sterren kijken en voor mij zal elke ster een put zijn met een roestige katrol...'
Ik zweeg.
'Wat zal dat grappig zijn! Jij krijgt vijfhonderd miljoen rinkelbelletjes en ik vijfhonderd miljoen
putten...'
En toen zweeg hij ook omdat hij moest huilen... 'We zijn er. Laat me nu even een stap alleen doen.'
En hij ging zitten omdat hij angstig was. Toen zei hij weer: ' Weet je... die bloem van mij... daar ben ik verantwoordelijk voor! Ze is zo zwak! En zo goedgelovig. Ze heeft vier doornen van niets als bescherming tegen de hele wereld...'
Ik ging zitten omdat ik me niet langer staande kon houden.
Hij zei: 'Zo... dat is alles.'
Even aarzelde hij nog, stond toen op en deed een stap vooruit.
Ik voelde me verstijven. Even was er een gele flits bij zijn enkel. Hij bleef een ogenblik onbeweeglijk staan. Hij gilde niet maar viel langzaam neer, als een boom. Er was zelfs geen geluid te horen, door het zand.

En nu is het dus, o ja, alweer zes jaar geleden... Ik heb dit verhaal nog nooit verteld. Toen mijn vrienden me terugzagen, waren ze erg blij dat ik nog leefde. Ik was verdrietig, maar ik zei maar dat het vermoeidheid was... Nu ben ik een beetje getroost. Niet helemaal. Maar ik weet wel, dat hij aangekomen is op zijn planeet want zijn lichaam heb ik 's morgens niet teruggevonden. Het was niet zo 'n zwaar lichaam. En ik vind het heerlijk 's nachts naar de sterren te luisteren. Net vijfhonderd miljoen rinkelbelletjes...
...
Voor mij is dit het lieflijkste en meest trieste landschap van de wereld.
Het is identiek aan de tekening op de vorige bladzijde, maar ik heb het opnieuw getekend zodat je het kunt onthouden.

Het was hier dat de kleine prins op aarde verscheen, en verdween.

“Je kunt alleen scherp zien met je hart.
Met je ogen kun je niet zien wat belangrijk is. “

Na’il had het vermogen om mensen aan te voelen en zag dingen die wij meestal misten. Dat kwam omdat hij met zijn hart keek!

Herdenkingsdienst Na'il 15 maart 2009 ~ deel 3

Nadat Noah, het hoofd van de school haar ontroerende toespraak had beeindigd bekeken we een korte film/diaserie. De foto’s lieten zo duidelijk Na’il’s liefde en levensvreugde zien. Hij kon zo ontroerend blij lachen!

Meer toespraken volgden:

Een vrouw die een andere juffrouw hielp, drukte haar liefde en waardering voor Na’il uit in een ontroerende toespraak.


Een van de oudere leerlingen schreef een ‘lied’ over hem en zei dat hij hoopte dat dit ons zou troosten als we ons verdrietig voelden.

De spastische kinderen hadden veel moeite met praten, maar ondanks dat, deden ze hun best om hun gevoelens met ons te delen. Het was zo kostbaar!

Natuurlijk werd er ook van Wim en mij verwacht dat we iets zouden zeggen. We deelden onze dankbaarheid met de aanwezige staf, zeiden hen hoe bijzonder ze waren! Het werk wat zij in de levens van deze bijzondere kinderen doen is gewoon weg fantastisch!

Hun toewijding, en de liefde die ze voor deze kinderen hebben; ze doen hun best het vaak verborgen potentieel naar voren te brengen, en nog veel meer – het is gewoon niet in woorden uit te drukken.

Wij dankten hen voor het voorrecht dat we deel mochten uitmaken van een team – we mochten samenwerken om Na’il het best mogelijke leven te geven.
Vanwegde de gestadig vallende regen, gingen slechts een aantal van ons naar buiten om toe te zien hoe vijf boompjes in de schooltuin geplant werden.
Ter nagedachtenis aan Na’il werden een twee eikjes, twee terebinten (Pistacia) en een Judas boompje geplant.

Meer over deze bomen is te lezen op het “Ditjes en datjes” blog.

Toen we terug naar huis reden hadden we het er over hoe opnieuw de Israelies ons hadden geraakt en gezegend door hun liefde en warmte.
Zij schamen zich er niet voor om hun verdriet te uiten om het bijzondere kind dat zo’n indruk en invloed op hun leven gehad had. Hij was zo’n voorbeeld voor ons ‘gezonde’ mensen! En we missen hem zo erg!

De herinnering die we aan hem hebben is zo rijk! Het is een schat die niemand van ons kan afnemen!

Herdenkingsdienst Na'il 15 maart 2009 ~ deel 2

Na een kort bezoekje aan Na'il's klas liepen we naar de lerarenkamer die al vol zat met stafleden en een paar oudere leerlingen.

Noah, het hoofd van de Ilanot school begon met het lezen van een stukje uit het boek van De Kleine Prins - door Antoine de Saint-Exupéry
(Nederlandse vertaling van Claire van den Abbeele).

'Ik ga vandaag ook naar huis...' En toen, wat bedroefd: 'Dat is veel verder en moeilijker...'
Ik voelde wel dat er iets wonderlijks aan het gebeuren was. Ik sloot hem vast in mijn armen als een klein kindje en toch was het alsof hij loodrecht weggleed in een afgrond zonder dat ik er iets aan kon doen...
Zijn blik was ernstig, op de verte gericht: 'Dus ik heb je schaap en de kist voor het schaap - en ik heb je muilkorf...' En hij glimlachte verdrietig.
Ik wachtte lang. Ik voelde dat hij langzamerhand warm werd: Arm klein kereltje, je bent geschrokken... ja, hij was zeker geschrokken!
Maar hij lachte zachtjes. 'Vanavond krijg ik een nog veel ergere schrik...'
En weer bekroop mij het gevoel van iets onafwendbaars. Ik begreep dat ik de gedachte niet kon verdragen die lach nooit meer te zullen horen. Die lach was voor mij als een bron in de woestijn.
‘Klein kereltje, ik wil je nog eens horen lachen...’
Maar hij zei: 'Vannacht is het een jaar geleden. Dan staat mijn ster precies boven de plek waar ik verleden jaar gevallen ben.'
'Kereltje', zei ik, 'is het niet alles een boze droom, je afspraak met de slang en die ster...'
Maar hij beantwoordde mijn vraag niet en zei: 'Het belangrijkste kun je niet zien... ja zo is het... - Net als met de bloem. Als je van een bloem houdt die op een ster woont, dan is het heerlijk om 's nachts naar de hemel te kijken - dan zijn alle sterren met bloemen versierd.
- Ja zeker... - Net als met het water. Het water waar je mij van liet drinken was als muziek - dat kwam van de katrol en het touw... weet je nog wel... hoe lekker het was. - Ja zeker... - Je moet 's nachts naar de sterren kijken. De mijne is te klein om je te wijzen waar ze is. Dat is ook beter zo. Voor jou is dan mijn ster één van de vele sterren. Je zult het prettig vinden alle sterren te bekijken... Alle sterren zullen je vrienden zijn... En ik zal je ook nog iets geven. Hij lachte weer.
- Och kereltje, kereltje wat hoor ik je graag lachen!
- Dat is juist mijn cadeau... net als het water...
‘Wat bedoel je?’
- Voor mensen hebben de sterren een verschillende betekenis. Voor sommige mensen die veel reizen dienen de sterren als gids. Voor anderen zijn het alleen maar lichtjes. Weer anderen, de geleerden, zien er grote vraagstukken in. Voor die zakenman die ik ken waren ze van goud. Maar al die sterren zwijgen. Jij zult sterren hebben zoals niemand anders heeft...
'Wat bedoel je toch?'
'Als jij 's nachts naar de hemel kijkt zal het zijn alsof alle sterren lachen omdat ik een ster bewoon en omdat ik lach!' En weer lachte hij. 'En als je eenmaal getroost bent (de mensen troosten zich altijd) dan zul je heel blij zijn, dat je me gekend hebt. Je zult altijd mijn vriend zijn en je zult met me mee willen lachen. En dan zul je van tijd tot tijd voor je plezier het raam open doen... En je vrienden zullen heel verbaasd zijn je te zien lachen, als je naar de hemel kijkt. Dan zeg je tegen ze: 'Ja, om de sterren moet ik altijd lachen!' En ze zullen denken, dat je gek bent - dan ben je er door mij lelijk ingelopen... '
En weer lachte hij. 'Het zal net zijn of ik je in plaats van sterren een massa rinkelbelletjes heb gegeven...' Hij lachte nog eens maar werd toen ernstig: 'Vannacht... weet je... moet je maar niet komen.'
...
Noah, die regelmatig had moeten stoppen omdat ze te geemotioneerd was om verder te gaan, eindigde haar toespraak met:

“Ook jij Na’il, op je eigen manier, was een kleine prins.
Je hebt ons zoveel geleerd in de korte tijd dat je bij ons was. Je leerde ons veel van je te houden, je leerde ons zoveel over iets te willen, en grote vreugde! Je leerde ons blijdschap en in de kleinste dingen iets te vinden, iets dat wij, als grote mensen ons niet altijd herinneren en doen. Jij vond manieren om ons te precies te vertellen wat je wilde, en ging net zolang door totdat wij begrepen wat dat was. En dan was er niets mooiers dan jouw triomfantelijke lach te zien!
Jij leerde ons, Na’il, dat in dat kleine lijfje van jou een kleine prins woonde met een groot hart, met heel veel blijdschap en levenshonger!

In de 1 ½ jaar dat je bij ons was zagen we je groeien en je ontwikkelen, zagen we hoe je nieuwe dingen leerde en deed. Je leerde anderen kennen, leerde niet alleen van hen te houden maar ook de staf te gehoorzamen, mensen die met heel veel liefde met je werkten. Jij had een bijzondere band met Ronit, Sylvia en in het bijzonder met Lena, die zoveel van je hield! En je bleef de nieuwsgierige en ontdeugende Na’il die alles om hem heen wilden onderzoeken.
Je voegde leven en kleur aan de school toe.
Opnieuw leerden we Wim en Petra beter kennen, hun grote hart en liefde gaven jou heel veel goede en blijde jaren en liefde zonder ophouden. Ze gaven je het best mogelijke leven.

En nu moeten we dat allemaal missen...
Alweer een maand lang, Na’il, is er niemand die door de schoolgangen raced in jouw kleine gele stoeltje. Alweer een maand dat er niemand in je groene lig-zak ligt. Alweer een maand dat we je glorieuze lach niet zagen. Een maand dat we je nieuwsgierigheid, je ontdeugd en je levensvreugde missen.

En soms, Na’il, ’s nachts, als ik aan jou denk en naar de sterren kijk, dan glimlach ik, omdat ik weet dat jij daarboven zit op je eigen kleine ster. Die je al hebt kunnen onderzoeken en leren kennen. En ik ben er zeker van dat die ster al vol zit met kapot gemaakte paraplu’s en rubber, waar je aan gekloven hebt, en heel veel schommels daar op je wachten. Of een gigantisch pretpark, waar je de hele dag kunt doen wat je fijn vind. Je hebt het daar goed, je bent blij en daar lach je de hele tijd.
En alsjeblieft, stuur ons je glorieuze glimlach, zodat we niet zo vreselijk verdrietig hoeven zijn...
Want dan, Na’il, zal ik me niet zo verdrietig voelen. Net zoals de kleine prins zei:

“....'Als jij 's nachts naar de hemel kijkt zal het zijn alsof alle sterren lachen omdat ik een ster bewoon en omdat ik lach!... En dan zul je met plezier het raam open doen... En je vrienden zullen heel verbaasd zijn je te zien lachen, als je naar de hemel kijkt. Dan zeg je tegen ze: 'Ja, die sterren maken me altijd aan het lachen!...

Ik hou van je, Na’il, en mis je, mijn kleine prins!
Noah."

Er waren niet veel droge ogen na deze ontroerende uiting van liefde voor onze kleine jongen!

Achtergrond informatie over het boekje “ De Kleine Prins” is te vinden op het blog: Ditjes en Datjes.

Herdenkingsdienst Na'il 15 maart 2009 ~ deel 1

Na’il’s bijzondere en ontroerende herdenkingsdienst werd in de Ilanot school gehouden op zondag 15 maart 2009.

Alls eerste gingen we naar zijn klas waar de lerares, die officieel met zwangerschapsverlof was, speciaal voor deze gelegenheid was gekomen. Ze las voor uit een boekje dat de klas ter ere van Na’il had samensteld.
Op zijn/haar eigen manier verwoordden zij hun verdriet over het verlies van hun vriendje, waar ze het allemaal nog erg moeilijk mee hadden. Omdat het te emotioneel voor hen zou zijn, had de staf had besloten dat de kinderen de rest van de ceremonie niet zouden bijwonen.

Vertaling:
" Na’il ~ Ik herinner me nog de eerste keer dat ik je zag, 1 ½ jaar geleden. Dat was op de eerste dag van het nieuwe schooljaar.
Ik was nogal van je uiterlijk geschrokken, maar nam me voor jouw juffrouw te zijn en van je te houden. Al heel snel leerde ik je kennen, je bijzondere charme, en ging ik van je houden.
Het was echt een uitdaging om je les te geven – je ging steeds vooruit en ik wist nooit wat het volgende onderwerp was dat je zou kunnen leren.
Je voegde blijdschap aan de klas toe en je ontdeugendheid en plezier en je verbaasde ons altijd door je creativiteit.
In school vond je dingen die je plezier gaven, dingen waar je van genoot, zoals b.v. een rollator, een grote schotel, een elektrische tandenborstel, zelfs het ‘eten’ van joysticks!
Je had een verbazingwekkende manier om te krijgen wat je wilde, en deed dat op een speciale en creatieve manier.

Het is moeilijk voor te stellen dat je niet langer bij ons bent, want je was een kind vol van leven, vol aktie en vitaliteit.
Ik hou van je en mis je!


Ronit, die het laatste jaar van je leven jouw juffrouw was op de Ilanot school.

De kinderen kregen ieder een klein kadootje ter aandenken van Na’il, waarna we samen met de staf naar de lerarenkamer vertrokken.


zaterdag 21 februari 2009

7e dag van de Zeven Bijzondere Dagen

Dag 7 ~ dinsdag 10 februari

Vorige week leefde Na’il nog. Was het pas een week geleden? Het was zo ontzettend moeilijk om voor te stellen, maar de rauwe waarheid loog niet ~ zijn lege kamertje, de elektrische rolstoel die ongebruikt in een hoek stond; de commode nu gevuld met fotoalbums; een paraplu op zijn bed, die geen vijf minuten heel gebleven zou zijn als hij nog geleefd had....
De medicijnkast hoefden we ook niet langer op slot te doen – een deur die Na’il ’s morgens altijd als eerste controleerde, want soms vergat ik wel eens om deze op slot te doen. Hij had het meteen in de gaten, deed dan gauw de la open om erin te kijken, want misschien viel er wel een injectiespuit te bietsen....

Voor de laatste keer stak ik de herdenkingskaars naast Na’il’s foto aan die op het dressoir stond, en was blij dat de Shiwa ten einde liep.

De meeste bezoekers die langskwamen waren vrienden van Fahima ~ we waren blij voor haar.

Toen de zevendaagse rouwperiode ten einde liep, dachten Wim en ik terug aan al de mensen die langsgekomen waren, ons gebeld of geschreven hadden. Zij hadden niet alleen ons verdriet gedeeld, maar ook samen met ons Na’il’s leven gevierd.

Er was zoveel om dankbaar voor te zijn!
Het waren waarachtig zeven heel bijzondere en gezegende dagen geweest!

6e dag van de Zeven Bijzondere Dagen

Dag 6 ~ Maandag 9 februari

God wist wat we aankonden ~ die dag kwamen er nog steeds mensen op bezoek, maar gelukkig steeds twee tegelijk, en niet ofafgebroken.

We gingen door met delen en herinneren van ons bijzondere jongetje. Een religieuze buurman vertelde ons dat het meest intense verdriet er tijdens de de eerste drie dagen van de Shiwa uitkomt. Dan zijn meestal de meest direkte familieleden aanwezig. Op de vierde dag is het verdriet nog steeds aanwezig, het gemis ook, maar de tranen vloeien wat minder vaak. Dat had ik ook zo ervaren.

We praatten weer bij met een ander bijzonder Nederlands echtpaar die moesten verhuizen en nu op zoek waren naar een ander huis. We hadden een kennis die een flat te huur had, en Wim beloofde die vrouw te benaderen. Wie weet? Het rimpeleffect van de shiwa.....
Als er geen bezoek was hield Wim zich bezig met het versturen en beantwoorden van e-mails (en tussendoor ook de Ambassade mailing verzendklaar maken); ik werkte aan Na’il’s blog en schreef verhaaltjes over hem. Het ontketende een overweldigende lawine van ideeën!
Een Amerikaanse vriendin had me gevraagd gastschrijfster te worden op haar blog, waar ik een verhaal geplaatst had getiteld “Een prachtig jongetje!”.
Er kwamen heel bemoedigende reacties op, wat mij deed besluiten om deze 30 rouwdagen te gebruiken om over Na’il te schrijven. Om het al mijn aandacht te kunnen geven, moest ik echter mijn nieuwe roman even in de wachtkamer zetten.

We begonnen ook te zien dat we meer structuur in onze levens moesten brengen. Door Na’il’s overlijden moest er een balans komen tussen zittende activiteiten, zoals schrijven, en in beweging te blijven.

Maar bovenal moest ik mezelf ‘genadig’ zijn, mezelf de tijd gunnen om dit verlies te verwerken, en me niet op tijdrovende projecten te storten.

Nog maar één dag te gaan. Ik was zo ontzettend moe, en wilde maar dat het alvast achter de rug was.

5e dag van de Zeven Bijzondere Dagen

Dag 5 ~ Zondag 8 Februari

Wim begon te praten over een weekendje weg, en misschien konden we zelfs de meisjes nu voor een vakantie mee naar Nederland nemen. Ik wilde wegkruipen ~ dat was het laatste waar ik nu aan wilde denken!
In deze overlevingsfase kon ik me nog niet bezighouden met de plotselinge ‘mogelijkheden’ die Na’il’s overlijden met zich meebrachten.

De eerste bezoekers kondigden zich aan, en het leek alsof er een dam was doorgebroken. Ze bleven maar komen, golf na golf na golf.
Sommige mensen waren verbaasd elkaar bij ons te ontmoeten: “Hé! Jij ook hier?”

Leraressen en het hoofd van Na’il’s huidige en voormalige school kwamen op bezoek, tesamen met anderen die met hem gewerkt hadden of hem kenden; dan waren er de telefoontjes: “Ik wilde alleen maar even weten hoe het met jullie gaat...;” ik keerde weer terug naar het bezoek, pratend, vertellend, steeds maar weer delen over dat bijzondere kereltje. Ik had bijna geen stem meer over van al dat gepraat in het hebreeuws, en we hadden amper tijd om wat te drinken, laat staan te eten.

’s Avonds, na een kort ommetje door de buurt om tenminste wat frisse lucht te happen, liep ik naar huis terug. M’n hart zonk in de schoenen toen ik Wim bij het hek zag praten met een buurvrouw. Ik verlangde zo naar m’n bed, maar inplaats daarvan haalde ik diep adem en bleef op van vermoeidheid trillende benen bij hen staan praten.
Eenmaal in bed, bad ik om kracht en vroeg me af of ik nog zo’n dag zou kunnen overleven.